Begeleiding
We willen het onderwijs op Zuid niet beperken tot alleen maar kennisoverdracht. Het bevorderen van de algemene ontplooiing van de leerlingen staat ons voor ogen. Daarom willen we actief vormgeven aan een begeleiding die leerlingen in staat stelt met die ontplooiing bezig te zijn. Er moet ruimte zijn voor creativiteit, cultuur, sport, vormingsactiviteiten, uitwisselingen en andere buitenschoolse activiteiten.
Elke leerling kan gedurende zijn/haar schoolloopbaan in meer of minder ernstige probleemsituaties terechtkomen (op sociaal of persoonlijk gebied of bij de studie). Daarom is persoonlijke, begeleidende en signalerende aandacht vereist voor alle leerlingen en mag leerlingbegeleiding zich niet alleen beperken tot de ‘probleemleerlingen’. De klassenmentor is in feite de vertrouwenspersoon van een klas of groep.
De leerling is echter volkomen vrij een andere docent in vertrouwen te nemen. Daarnaast bestaat voor vakdocenten en klassenmentoren de mogelijkheid de leerling te adviseren met de decaan, begeleidingsadviseur of afdelingsleider te gaan praten. Met leerlingen die probleemgedrag vertonen of door welke oorzaak dan ook slecht functioneren, moet het contact geïntensiveerd worden. In zulke gevallen is persoonlijke begeleiding op haar plaats. Uit deze inleiding blijkt dat leerlingbegeleiding op Zuid één geheel is.
