Extra begeleiding

Extra begeleiding Nederlandse taal (XT)

Taal is eigenlijk waar het bij ons om draait. Iemand die de taal goed beheerst, zal op school goed kunnen meekomen. Om te zorgen dat het met uw kind zo goed mogelijk gaat, geven wij extra taalhulp. Speciale aandacht wordt besteed aan:

  • vraagstrategieën - de leerlingen leren de gestelde vragen beter te begrijpen,  waardoor ze een goed antwoord kunnen geven.
  • leerstrategieën  - om teksten beter te leren lezen en te begrijpen.
  • luisteren - goed leren luisteren naar wat er in de groep wordt uitgelegd.

Met al deze methodes helpen wij leerlingen zo goed mogelijk onze school met succes te doorlopen.

Dyslexie

Als er hardnekkige problemen zijn met lezen en spellen, kan er sprake zijn van dyslexie. Belemmeringen in het onderwijs kunnen globaal de volgende vormen aan nemen:

  • problemen met taken, vakken en situaties waarbij gelezen en of geschreven moet worden.
  • frustratie van talent door onvoldoende geletterdheid 
  • problemen me het behalen van schoolse kwalificaties in overeenstemming met de aanleg
  • problemen met het sociaal-emotioneel functioneren en de taakwerkhouding van de leerling

Het zal duidelijk zijn dat deze lees- en spellingsproblemen de schoolprestaties van de leerlingen nadelig kunnen beïnvloeden. Het is daarom van groot belang dat al zo snel mogelijk zichtbaar is welke leerlingen moeilijkheden hebben met lezen en spellen.

Voor een groep die op de basisschool nog niet zo duidelijk opgevallen is, bestaan er drie momenten waarop het voortgezet onderwijs lees- en spelling achterstanden systematisch signaleert:

  • bij binnenkomst op het voortgezet onderwijs, zoals blijkt uit de toetsen die gedaan zijn op basisonderwijs.
  • bij binnenkomst op het voortgezet onderwijs als aan het onderwijskundig rapport het “overdrachtsformulier bao-vo voor kinderen met dyslexie of een vermoeden van dyslexie” toegevoegd is.
  • na een periode van gerichte observatie door de leerkrachten die les geven aan de brugklas.

Bij vermoeden van dyslexie in de brugklas zullen de dyslexiecoördinatoren in samenwerking met de orthopedagoog beslissen over de noodzaak van nader onderzoek naar dyslexie (uitgevoerd door Het Stedelijk) en de begeleiding die nodig is op basis van de verzamelde gegevens. Wanneer op grond van diagnostisch onderzoek een dyslexieverklaring kan worden afgegeven, blijft deze geldig tot en met het eindexamen.
Als kinderen na de brugklas pas opvallen, doen wij zelf alsnog onderzoek.

Wanneer leerlingen op het voortgezet onderwijs komen met een dyslexieverklaring, krijgen ze vanaf het begin van het schooljaar begeleiding.
Voor  leerlingen met dyslexie bestaat er extra begeleiding die is gericht op:

  • het stimuleren van leerlingen middels een positieve houding
  • het voorkomen van de gevolgen van de problemen
  • het toekomstig leren
  • het leveren van betere schoolprestaties

Leerlingen met een dyslexieverklaring krijgen een groene kaart; deze kaart geeft de leerling recht op een aantal faciliteiten:

  • leerlijnen en curricula
  • kwartier extra tijd bij toetsen
  • aangepaste foutentelling bij moderne vreemde talen
  • recht op het gebruik maken van hulpmiddelen zoals Kurzweil 3000

Faalangstreductietraining ( FRT)

In de maand oktober wordt in alle groepen in het 1e leerjaar de Schoolvragenlijst afgenomen. We beogen hiermee te ontdekken of de leerlingen zich in de nieuwe schoolsituatie thuisvoelen. De uitslag geeft een voorlopig beeld van het kind: heeft het al vrienden of vriendinnen gemaakt, durft het al vragen te stellen, beschikt het over voldoende zelfvertrouwen, enz. De mentor kan nu met behulp van de score, zijn eigen observatie en met informatie van ouders en/of basisonderwijs de kinderen opsporen die eventueel wat extra hulp nodig hebben.

Van de leerlingen die nog weinig zelfvertrouwen hebben bijvoorbeeld bij proefwerken, schriftelijke en mondelinge beurten of verlegen zijn en daardoor moeilijk contacten leggen, wordt een aparte groep gemaakt. Binnen deze groepjes worden met de leerlingen oefeningen gedaan met de bedoeling dat ze meer zelfvertrouwen krijgen. De begeleiding van de bovengenoemde groepjes wordt verzorgd door leraren die in de daarvoor vereiste vaardigheden zijn geschoold.

 

Sociale vaardigheidstraining ( SVT)

Hetzelfde gebeurt met leerlingen die moeilijk contacten leggen, gepest worden of pester zijn. Binnen deze groepjes worden met de leerlingen oefeningen gedaan met de bedoeling hun meer vaardigheden te leren in de omgang met anderen.

Het plaatsen van een leerling in een begeleidingsgroepje gebeurt in overleg met de leerling en na goedkeuring door de ouders. De begeleiding van de bovengenoemde groepjes wordt verzorgd door docenten die in de daarvoor vereiste vaardigheden zijn geschoold.


Samenwerking OPDC

OPDC–Enschede is een samenwerkingsverband tussen Het Stedelijk Lyceum, het AOC-Oost en het Greijdanus College, waarin alle leerlingen onderwijs volgen, die speciale zorg behoeven.

Indien een leerling van onze locatie speciale zorg nodig heeft, kunnen we de hulp inroepen van het OPDC. De orthopedagoog van het OPDC zal de leerling observeren tijdens de reguliere lessen. Ouders worden op de hoogte gebracht indien er sprake is van een observatie. Dit zal, in het belang van de observatie, vooraf of achteraf gebeuren. Na deze observatie wordt er advies uitgebracht.

Een van de adviezen kan zijn dat de leerling geplaatst wordt in de observatiegroep van het OPDC. Welke onderwijsvorm het beste bij de leerling past, wordt dan zorgvuldig bekeken.